Circulariteit in de praktijk:
hoe samenwerking in de keten deuren écht circulair maakt
Circulariteit in de bouw vraagt om meer dan goede intenties. Het vraagt om samenwerking in de hele keten, van grondstof tot eindproduct en weer terug. De samenwerking tussen deurenproducent Van Vuuren en panelenleverancier Unilin Panels laat zien hoe die keten stap voor stap circulair kan worden ingericht. Van gerecycleerd hout tot terugnameprogramma’s: circulariteit begint bij het ontwerp, maar stopt daar zeker niet.
Circulariteit begint bij grondstoffen
Voor Van Vuuren betekent circulariteit vooral: de kring rond maken.
“Circulariteit betekent voor ons dat we producten opnieuw gebruiken en het cirkeltje sluiten,” licht Stephan Tjepkema, Manager Quality and Sustainability van Van Vuuren Grou B.V., toe. “Het is onderdeel van een bredere duurzame bedrijfsvoering.”
Een concreet voorbeeld daarvan zit in de productie zelf. In de huidige productielijn wordt zaagafval nog gebruikt als brandstof om warmte op te wekken voor de fabriek. Het grote voordeel is dat er geen gas nodig is voor de verwarming. Toch gaat dit veranderen. “Binnenkort nemen we een nieuwe productielijn in gebruik. Dan hebben we die verbranding niet meer nodig. En eerlijk gezegd was het ook nooit de meest duurzame oplossing: je verbrandt in feite nog prima materiaal. Dat afval willen we straks terugbrengen in de keten.”
Daar komt de samenwerking met Unilin Panels in beeld. Van Vuuren gebruikt al jaren spaanplaat van Unilin Panels in de kern van zijn deuren. Tijdens de productie blijven er echter reststukken over én juist daar ligt volgens Van Vuuren een belangrijke volgende stap richting circulariteit.
Hout zo lang mogelijk in de kringloop
Voor Unilin Panels begint circulariteit bij de grondstof zelf: hout.
“Hout is een van onze meest waardevolle grondstoffen,” legt Job Kramer, Sales Manager Industry NL bij Unilin Panels, uit. “Hoe langer je hout in de kringloop houdt, hoe langer de CO₂ in het materiaal opgeslagen blijft en dus uit de atmosfeer blijft.” Daarom gebruikt Unilin voor haar plaatmaterialen uitsluitend herwonnen hout. De schaal waarop dat gebeurt is aanzienlijk. Jaarlijks kan Unilin maar liefst 900.000 ton hout recyclen. Daarmee produceert Unilin circa 1,2 miljoen ton kubieke meter (m3) spaanplaat per jaar. En dat maakt van Unilin het grootste houtrecyclingbedrijf van België.
Het hout in de spaanplaat dat Van Vuuren toepast in zijn deuren bestaat inmiddels uit 100 procent gerecycled afvalhout. “Pas wanneer hout na meerdere recyclingcycli echt niet meer bruikbaar is als materiaal, zetten we het om in groene energie*.”
Circulariteit begint op de ontwerptafel
Hoewel recycling belangrijk is, ligt de grootste impact volgens beide bedrijven nog eerder in het proces: bij het ontwerp.
“Circulariteit begint letterlijk op de ontwerptafel,” benadrukt Tjepkema. “Daar wordt bepaald hoe een deur is opgebouwd en welke materialen worden gebruikt.” Die keuzes bepalen niet alleen de duurzaamheid van het product zelf, maar ook wat er later met het materiaal kan gebeuren.
Bij Unilin Panels speelt hetzelfde principe. “Wij ontwikkelen producten met het einde van hun levensduur al in gedachten,” onderstreept Kramer. “Componenten moeten bijvoorbeeld losmaakbaar zijn, zodat materialen later opnieuw gebruikt kunnen worden.” Dat vraagt ook om een andere manier van zakendoen. “Het gaat niet meer alleen om een klassiek businessmodel waarin je producten verkoopt. Het gaat om langdurige relaties in de keten. Alleen samen kun je de kringloop sluiten.”
De stad als nieuwe grondstofbron
Circulariteit zit bij Unilin zelfs in de oorsprong van het bedrijf in de jaren 60. Het ontstond uit een zoektocht naar een bestemming voor restmateriaal. “Oorspronkelijk waren we een coöperatie van vlasboeren,” vertelt Kramer. “De stengels van de vlasplant werden vroeger verbrand. Wij zijn daar platen van gaan maken.” Toen de vraag groeide, werd hout aan het proces toegevoegd. Maar omdat de regio weinig bosrijk is, moest het bedrijf creatief worden.
“Wij zeggen wel eens: de stad is ons bos. We oogsten hout uit stedelijke omgevingen, uit gebouwen, interieurs en sloopprojecten.” Om dat mogelijk te maken investeerde Unilin de afgelopen jaren meer dan 40 miljoen euro in geavanceerde sorteer- en reinigingsinstallaties voor houtrecycling. Daarnaast ontwikkelde Unilin gepatenteerde technologieën zoals Osiris, waarmee ook MDF, HDF en laminaatvloeren op industriële schaal recyclebaar worden.
Afval bestaat niet
De samenwerking tussen Van Vuuren en Unilin Panels laat zien hoe verschillende schakels in de keten elkaar kunnen versterken. Unilin ontwikkelt en produceert het plaatmateriaal. Van Vuuren verwerkt dat vervolgens tot deuren die in gebouwen terechtkomen.
“Aan het einde van de levensduur kunnen de deurvullingen van die deuren weer terug naar Unilin Panels,” leggen beiden heren uit. “Daar worden ze opnieuw grondstof voor nieuwe platen. Dan wordt één plus één ineens drie.” In de praktijk betekent dat ook nadenken over logistiek. Resthout uit Nederland wordt bijvoorbeeld verzameld in containers en via afvalverwerkers gebundeld. Daarna gaat het naar de fabrieken van Unilin Panels in België. Een deel van dat transport gebeurt over water. “Dagelijks komen er schepen met houtchips naar ons toe,” vervolgt Kramer. “Eén schip haalt ongeveer zestig vrachtwagens van de weg.”
Samen druk zetten op de keten
Om circulariteit echt te laten werken, moeten meer partijen meedoen. Volgens Tjepkema speelt de hele keten daarin een rol, van producent tot architect. “Wij proberen een aanjager te zijn. De klassieke drie criteria, prijs, leverbetrouwbaarheid en snelheid, gaan langzaam veranderen. Duurzaamheid komt steeds hoger op de ladder.” Dat betekent ook dat partners soms samen druk moeten zetten op de keten.
De rol van Cradle to Cradle
Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het Cradle to Cradle-certificaat. Dat systeem beoordeelt producten op vijf pijlers, zoals materiaalgezondheid, circulariteit en klimaatbescherming.
“Die vijf pijlers maken het concreet,” geeft Tjepkema aan. “Bepaalde stoffen (TVOC**) mogen bijvoorbeeld gewoon niet meer worden gebruikt. Daardoor leg je bij leveranciers meteen de lat hoger.”
Volgens Unilin Panels dwingt het certificaat bedrijven om voortdurend te blijven verbeteren. Een voorbeeld daarvan is een nieuwe pilot met HPL (High Pressure Laminate) waarbij Unilin Panels in de HPL-kern een plantaardig alternatief voor fenolhars heeft toegepast– een grondstof die traditioneel fossiel is. Met deze nieuwe Verneo technologie wordt de CO₂-uitstoot bij de productie van hars met 67 procent verminderd terwijl de uitstraling, de kwaliteit en de prijs van het HPL hetzelfde blijven.
“C2C is geen eindpunt, maar een reis. Het vraagt dat je je processen en materialen meetbaar maakt en aantoonbaar maakt hoe circulair je producten werkelijk zijn.”
De sleutelrol van architecten en opdrachtgevers
Volgens beide bedrijven ligt een belangrijke sleutel bij architecten, ontwerpers en opdrachtgevers. “Het grootste ontwerpbesluit zit uiteindelijk in het bestek en de materiaalspecificaties,” zegt Kramer. “Daar kunnen architecten enorme impact maken.”
Instrumenten zoals EPD’s (Environmental Product Declarations) helpen daarbij. Daarmee wordt de milieubelasting van producten door hun hele levenscyclus heen inzichtelijk, bijvoorbeeld in CO₂-uitstoot en materiaalgebruik. Maar misschien nog belangrijker is transparantie. “We moeten meer laten zien wat er al gebeurt,” stellen beide. “Trots zijn op wat we doen, kennis delen en elkaar inspireren. Zo leren we van elkaar en versnellen we de circulaire transitie.”
Een reis zonder eindpunt
Voor zowel Van Vuuren als Unilin Panels is één ding duidelijk: circulariteit is nooit ‘af’. “Waar we vandaag staan, is over drie jaar weer onvoldoende,” benadrukt Tjepkema. “Je moet blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang.” Juist door samenwerking in de keten, van grondstof tot gebouw, kan de sector steeds grotere stappen zetten.
“Als iedereen zijn rol pakt,” besluiten Tjepkema en Kramer, “dan kunnen we het kringetje echt sluiten.”
Met medewerking van
Stephan Tjepkema – Van Vuuren Grou B.V.
Job Kramer – Unilin Panels
* Samen met Aspiravi, expert in hernieuwbare energie, beheert Unilin twee biomassacentrales op haar sites:
In Oostrozebeke zet A&S sinds 2010 dagelijks bijna 500 ton houtafval om in groene stroom. Dat is méér dan zij zelf verbruiken. Daarom gaat het overschot terug naar het net, voor bedrijven en gezinnen uit de buurt.
A&U, sinds 2020 actief in Wielsbeke, levert niet alleen groene stroom en warmte voor hun eigen fabrieken, maar doet dat via een warmteleiding van 2,5 km ook voor Agristo, een aardappelverwerkend bedrijf in de buurt. En de resterende energie? Ook die injecteren zij op het openbare net.
** TVOC
Definitie: Een verzamelnaam (total) voor honderden vluchtige organische stoffen (VOCs) die bij kamertemperatuur gemakkelijk verdampen. Bijvoorbeeld: formaldehyde, benzeen en terpenen
Gezondheidseffecten: Langdurige blootstelling kan leiden tot serieuze gezondheidsproblemen, waaronder huidproblemen en misselijkheid.
Bronnen waarin het voorheen wel voorkwam: verf, schoonmaakmiddelen, nieuwe meubels, spaanplaat, tapijt, lijm, cosmetica en isolatieschuim.
Reactie plaatsen
Reacties